| wedstrijden

11-09-09

De herfst van HERMESensemble in 2009

 

Het najaar anno 2009 biedt een bruisende waaier aan activiteiten, graag heet ik u van harte welkom in dit muzikaal jaargetijde. Het nieuwe werk van composer in residence Wim Henderickx “Disappearing in Light” werd einde augustus opgenomen, en zal binnenkort op I-Tunes uitgegeven worden, exacte gegevens verschijnen bijtijds op de webstek. We kijken trouwens uit naar een documentaire die Canvas draaide naar aanleiding van ons concert in AMUZ van 2 februari laatstleden, en die ook dit najaar zal uitgezonden worden. 

Einde september vindt een derde editie plaats van het mooie programma “Big in Japan”, gewijd aan traditionele en eigentijdse Japanse muziek, met gastsoliste Makiko Goto, schitterend op de intrigerende koto, en onze eigen Karin Defleyt op shakuhachi. 

De eerste twee dagen van oktober is het ensemble te gast in Palazzo Fortuny tijdens de Biënnale van Venetië. Het verzorgt twee dagen lang muzikale omkadering van de fascinerende tentoonstelling IN-FINITUM, en geeft ook twee avondconcerten, met muziek van van John Cage, Salvatore Sciarrino en Marc André, maar ook van de Vlamingen Jean Delouvroy, Thomas Smetryns en (natuurlijk) Wim Henderickx. Op 10 oktober is het ensemble terug te Antwerpen te zien, met de première van het nieuwe concept “Hermétique”: een live-impro-jazz-project met de gewaardeerde jonge componist uit Gent Thomas Smetryns als dj, Andrew Claes aan de effectentafel, en een improviserende Peter Merckx op basklarinet en Gaetan La Mela op allerhande percussie. Een avontuurlijk experiment in openlucht op het gezellige Maanfeest op het De Coninckplein. 

Op 14 november is HERMESensemble te gast bij de Noorderburen, en wel in het prestigieuze Muziekgebouw aan het Ij, met de nieuwe filmproductie “Paris qui dort” (film: René Clair, 1923, muziek: Yan Maresz: 2005), die in 2011 ook in deSingel zal te zien zijn. 18 november biedt opnieuw een confrontatie tussen Oost en West: in kader van Europalia China 2009 vindt een dubbelconcert plaats met de Chinese groep “China Blossoms” in Het Kanaal te Wijnegem. HERMESensemble neemt deze gelegenheid te baat om eindelijk eens samen te werken met de Britse componist Frank Denyer, reeds geruime tijd een droom van de musici. Het weekend van 27 november dan is het ensemble te gast in Oostende in de Vrijstaat O, waar het een driedaags minifestival zal verzorgen. Op het programma onder meer een herneming van de productie uit 2005 van het beklijvende hoorspel “Words & Music” van Morton Feldman en Samuel Beckett (met Tom Hannes), en nieuwe filmmuziek van Geert Callaert op de spannende avonturenfilm “The Sea Beast” uit 1926. 

Het seizoen wordt stemmig afgesloten in AMUZ met een concert gewijd aan Giacinto Scelsi en Karel Goeyvaerts. HERMESensemble en de Capella di Voce zullen bij deze gelegenheid onder leiding staan van levende legende Luc Brewaeys

Meer dan genoeg om naar uit te kijken dus! Ik heet u van harte welkom, en hoop u te ontmoeten op onze concerten.

Hartelijk, 

KEVIN

 

18:31 Gepost door Hermesensemble in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

03-02-09

Pour vos Beaux Yeux & Wim Henderickx, in residence in 2009

In 2008 heeft HERMESensemble kosten nog moeite gespaard om opnames te realiseren voor een nieuwe DVD-uitgave van het Koninklijk Belgisch Filmarchief. De vier huiscomponisten van Muziektheater Transparant (Eric Sleichim, Joachim Brackx, Jan Van Outryve en Annelies Van Parys) schreven nieuwe muziek op oude (stille) films van Henri Storck en Charles Dekeukeleire uit de jaren ’20-’30. Ook de componerende HERMESmusici Mireille Capelle, Thomas Smetryns en Geert Callaert maakten nagelnieuwe scores op oude beelden. HERMESensemble heeft al jaren ervaring met de combinatie oude films-nieuwe muziek, denk maar aan “Ballet Mécanique” (film van Fernand Léger, muziek van George Antheil) en “La Chute de la Maison Usher” (film van Jean Epstein, muziek van Ivan Fedele). Met deze samenwerking bevestigt het Koninklijk Belgisch Filmarchief deze expertise, en het resultaat mag er meer dan zijn: de DVD-uitgave AVANT-GARDE is een uniek document over de surrealistische filmexperimenten van het interbellum, en levert bovendien bloedmooie muziek. De DVD werd in januari 2009 feestelijk gelanceerd in de Beursschouwburg Brussel, waar ook de productie “Pour vos Beaux Yeux” in première ging, een samenwerking met Muziektheater Transparant. Van de uitvoering in deSingel (23 januari) verscheen een mooie recensie in deStandaard, na te lezen op de HERMESwebstek. Het cinéconcert is nog te bewonderen op vr. 13 februari in Dommelhof-Neerpelt, en op za. 20 juni worden in de Vrijstaat O. van Oostende de films gebracht die niet in deze productie zitten, maar wel op de DVD staan. 

Wim Henderickx is componist in residentie van HERMESensemble in 2009. Op 1 februari werd zijn nieuwe compositie “Disappearing in Light” reeds gecreëerd in AMUZ (productie “Schaduwklanken”), dit prachtige werk wordt later dit seizoen ook opgenomen in de Galaxy Studio’s te Mol. Meer werk van Henderickx staat geprogrammeerd in AMUZ op vr. 4 december 2009 (“De Ontdekking van de Hemel”), naast composities van Giacinto Scelsi.    

   

Tot binnenkort op één van onze concerten,

hartelijk,

 

 KEVIN

 

 

17:25 Gepost door Hermesensemble in Muziek | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

08-09-08

"The Times they are a-changin". Interview met Bram Van Camp

Bram Van Camp is alumnus van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, hij studeerde er viool en compositie, dit laatste bij Wim Henderickx. Nadien studeerde hij verder aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij zich als componist verder bekwaamde bij Theo Loevendie en Wim Henderickx. In 1999 won hij de Aquarius Compositiewedstrijd met zijn “Rapsodie voor viool en orkest”. In 2002 ontving hij de BAP-prijs (Belgische Artistieke Promotie) van SABAM met zijn “Trio voor klarinet, altviool en piano”. In 2007 werd hij bekroond met de Jeugd en Muziek Prijs voor Compositie. Hij schreef muziek in opdracht van het Festival van Vlaanderen, deSingel en Ars Musica, en voor groepen als het NotaBene Ensemble, Syrinx Ensemble, Kandinsky Strijkkwartet, HERMESensemble, I Solisti del Vento, Beethoven Academie en deFilharmonie. In 2007 werd zijn eerste symfonie “Tetrahedron” gecreëerd door deFilharmonie, en in 2008 is hij componist in residentie van HERMESensemble, dat in het najaar een nieuw concerto voor viool en ensemble van zijn hand zal creëren. Kevin Voets had een gesprek met de jonge toondichter.

 

Hoe zou je jezelf typeren als componist? Kader je jezelf als componist en je werk binnen een bepaalde beweging, zoals het minimalisme of de “new complexity”?

Ik doe dat zeker niet bewust, en ik vind het vooral veel te vroeg om daar uitspraken over te doen. Eerder niet: ik wil niets bewust overnemen van anderen, of muzikale ideeën of thema’s ‘recycleren’. Stijl wordt voor mij vooral bepaald door je eigen persoonlijke geschiedenis, en ik vind mijn ‘roots’ vooral bij componisten van grofweg een eeuw geleden. Ik denk dan vooral aan Béla Bartók, Alban Berg en Igor Stravinski omdat zij belangrijk waren in mijn vorming tot componist. Wat stijl betreft is dit drietal ook invloedrijker en belangrijker dan mijn compositieleraars: als je jong bent, en ernstig begint te componeren, dan zoek je je eigen weg, ontwikkel je een persoonlijke smaak, en deze blijft meer bepalend voor je stijl dan de pedagogische invloed van je compositieleraars die je de techniek bijbrengen.

Betekent de muziek van de voorbije vijftig jaar dan niets voor jouw schriftuur en compositiestijl?

Niet geheel niets, maar die recentere componisten waren op hun beurt ook vaak vertrokken van Berg, Bartók en Stravinski. Zo bouwde bijvoorbeeld György Ligeti ook voort op wat Bartók had ontwikkeld. Ik zie Bartók als een soort grootvader, en Ligeti dan als een vader van de eigentijdse gecomponeerde muziek. Ik grijp echter terug naar de grootvader, omdat Ligeti de uitgangspunten van Bartók tot in het extreme had verkend, en ook tot een zeer persoonlijk eindpunt had gebracht. Bartók is vooral stilistisch van grote invloed op mijn schrijven, Ligeti eerder filosofisch. Alban Berg beïnvloedde me meer op een technische manier; vanuit de vraag hoe je met een redelijk gesloten en complex muzikaal systeem toch je eigen zin kan doen en vrij kan zijn. En Igor Stravinski is voor mij de meest bepalende figuur voor de muziek van de twintigste eeuw. Niet al zijn werken vind ik even interessant, maar hij is binnen elke compositie wel uitermate consequent! “Le Sacre du Printemps” heeft mij eigenlijk de definitieve ‘klik’ gegeven om componist te worden. Dat werk heeft mij enorm aangegrepen omwille van de impact die de compositie op een luisteraar heeft, en het werk blijft elke keer opnieuw spannend en verrassend. Maar de vraag wat nu echt mijn stijl is, zal ik waarschijnlijk pas als ik tachtig ben kunnen beantwoorden; tot dan is er enkel de hoogst persoonlijke zoektocht waarbij ik enkel de beginpunten kan aanduiden. Waarschijnlijk sta ik er ook niet ver genoeg af om hierover objectief te kunnen zijn.

Is het eigenlijk nog mogelijk volgens jou om ‘in de geschiedenis’ te staan als componist, of zie je jezelf verplicht of genoodzaakt -zoals Ligeti- om telkens een ultiem antwoord te geven, telkens een ‘eindpunt’ te formuleren, op wat Bartók, Berg en Stravinski hadden aangebracht?

Het enige wat je als componist kan doen is vanuit jezelf vertrekken en verder werken waar je de vorige keer was gestopt. Het is veeleer de taak en kunde van musicologen dan die van de componist om muziekhistorische of filosofische beschouwingen te formuleren op dit gebied. Ik componeer vanuit een persoonlijke interesse in wat ik nog niet weet, en wat mij muzikaal fascineert. Muzikale velden die door andere componisten verkend zijn en al dan niet door hen tot een ‘eindpunt’ gebracht zijn, hoeven mijn denken daarom niet te bepalen. Ik vind het al moeilijk genoeg om antwoorden te formuleren op muzikale vragen die ik mezelf stel tijdes het componeren.

Zijn er bepaalde componisten met wie je contact houdt over je werk, en die van mindere of meerdere invloed zijn?

In de eerste plaats mijn leraars Wim Henderickx en Theo Loevendie, maar ook Luc Van Hove. Ik heb veel respect en bewondering voor hun muziek, en apprecieer enorm de mate waarin ze mij andere perspectieven en mogelijkheden kunnen laten zien, omdat ze zoveel ervaring hebben. Als een stuk van mij klaar is, vraag ik hen ook om commentaar of bedenkingen. Ook Luc Brewaeys is zo’n componist die ik graag zijn oordeel vraag, en wiens visie ik zeer op prijs stel. Ik onderhoud ook regelmatig contact met Param Vir, een Indische componist die in Engeland woont. Ik leerde zijn werk kennen in deSingel in 2001 en vind dat hij vooral interessante ideeën heeft over harmonie. Daarnaast correspondeer ik zelden over mijn werk, ook niet met generatiegenoten. Geen van mijn beste vrienden zijn overigens componist. Anders dan toen ik nog op het conservatorium zat, voel ik nu zelden behoefte om met mensen over mijn werk te spreken. Het uiteindelijke componeerproces blijft iets tussen mij en mijzelf en gebeurt volledig achter gesloten deuren. Het uiteindelijke resultaat, de muziek, moet volgens mij volledig voor zichzelf kunnen spreken zonder enige duiding.

Is er volgens jou een soort “Antwerpse School” van componisten?

Stylistisch gezien zeker niet: de Antwerpse componisten van mijn generatie studeerden allemaal bij Luc Van Hove en Wim Henderickx, maar wat hen als leraars nu juist typeert is het respect voor de eigen stijl en smaak van de leerlingen. Zij helpen vooral een technisch-muzikale taal te ontwikkelen die daarbij past, maar leggen nooit hun eigen voorkeuren of stijlen op. Ik heb dit aspect van vrijheid tijdens mijn opleiding zeer op prijs gesteld. Dit leidt er toe dat al hun leerlingen een persoonlijke weg kunnen bewandelen, waardoor er geen sprake kan zijn van een echte Antwerpse compositiestijl of –school. Gewoon al het feit dat ik zeven jaar intensief les heb gevolgd bij Wim Henderickx, maar mij nooit met Indische muziek heb bezig gehouden zoals hij, zegt genoeg.

En je bewondering voor Param Vir dan?

Niet zijn Indische achtergrond, maar zijn individuele schrijfstijl en vondsten interesseren mij. Param Vir schrijft bovendien echt Westerse muziek. Mijn bewondering voor compoisten heeft enerzijds te maken met een ‘muzikale smaak’: sommige muziek spreekt me gewoon meer aan dan andere; anderzijds met het begrip ‘persoonlijkheid’. Ik bewonder bijvoorbeeld ook Jonathan Harvey, die boeddhistisch denkt, leeft en schrijft, maar het is niet het boeddhisme maar zijn persoonlijkheid die me boeit omdat ze zo duidelijk doorklinkt in zijn muziek. Het begrip ‘persoonlijkheid’ is voor mij wellicht de belangrijkste factor, ik ga er in elk geval telkens naar op zoek.

Wat wil je eigenlijk bereiken met je composities, wat is je doel?

Wat ik al wilde bereiken toen ik negen jaar was: eindelijk kunnen horen wat ik zo graag zou willen horen. Maar gaandeweg moest het ook telkens iets nieuws zijn ten opzichte van een vorig werk. Als dit proces op een integere manier gebeurt, zal een nieuwe compositie een zekere persoonlijkheid bevatten en zich onderscheiden van mijn andere werken. Dit betekent ook dat je soms ruim de tijd moet nemen. Voor mijn orkestwerk ‘Tetrahedron’ bijvoorbeeld heb ik gedurende een jaar geen noot geschreven, enkel nagedacht en ontwerpen gemaakt. Pas na één jaar werd duidelijk voor mij hoe het stuk zou moeten worden. Ik refereer hier niet naar het romantische begrip ‘inspiratie’, het gaat eerder om een zoektocht tussen enerzijds ‘wat’ ik wil schrijven en anderzijds de vraag ‘hoe’ ik dat voor elkaar moet krijgen. Het is telkens een nieuwe uitdaging waardoor je telkens weer van nul terug moet beginnen.

Hoe is het om anno 2008 componist te zijn in Vlaanderen?

Dat vul je in zoals je zelf wil. Ik probeer te doen wat ik wil, zonder al te veel compromissen te sluiten.’t Is moeilijk om vanuit deze overtuiging ook genoeg geld te verdienen als componist, mijn bovenvermelde visie laat namelijk niet toe om marktgericht of commercieel te schrijven. Daarom heb ik ervoor gekozen om les te geven, maar ook dat is geen corvee: het is een tweede roeping gebleken, het is iets dat ik zeer belangrijk vind en ook zeer graag doe.

Op zaterdag 4 oktober, tijdens de eendaagse happening “Metamorfosen” in Muziekcentrum AMUZ, wordt brengt HERMESensemble in het concert “The Times they are a-Changin’” werken van zeer jonge componisten (tussen twaalf en twintig jaar), die (nog) geen conservatoriumopleiding genoten. Jij bent een soort ‘peetvader’ en initiatiefnemer van dit concept. Hoe is dit ontstaan, en waarom?   

Er schuilt ontzettend veel jong talent in die leeftijdscategorie, en het is een doelgroep die niet vaak ondersteund wordt. Als ik een veertienjarige zie die – net als ik – niet op kamp gaat in de zomervakantie, maar thuis blijft om te componeren, dan breekt mijn hart als die composities niet uigevoerd kunnen worden. Het is bovendien de beste leerschool voor zo’n jonge componist om zijn of haar werk deftig uitgevoerd te weten; dit zijn gebeurtenissen van fundamentele invloed, en er bestaan nauwelijks manieren of kanalen voor. Een veertienjarige violist kan terecht in één van de talrijke jeugdorkesten, maar er zijn geen vergelijkbare initiatieven voor componisten. Er bestaan natuurlijk verschillende compositiewedstrijden, maar daar wordt uiteindelijk steeds een winnaar gezocht. Meestal bestaat er in een wedstrijd een leeftijdscategorie van twaalf tot achttien. Tien tegen één zal de twaalfjarige deelnemer het moeten afleggen tegen de achttienjarige, wat sterk demotiverend kan werken, en waardoor er volgens mij vele waardevolle composities en muziekschrijvers hun kans missen. In aanvulling op initiatieven om de beste werken te bekronen, is er sterk nood aan evenementen waar dit werk gewoon professioneel kan uitgevoerd worden, en waar jongeren kunnen experimenteren. Voor een jonge componist is dit op zich al een uitgelezen buitenkans. “The Times they are a-changin’” is dan ook niet als een wedstrijd opgevat: er vindt een selectie plaats met een jury, met het oog op een concert waarbij elke waardevolle bijdrage – binnen verschillende leeftijdscathegorieën - een plaats krijgt.

Vanaf welke leeftijd ben je zelf beginnen componeren? Heb je zo’n initiatief als “The Times…” gemist in je jonge jaren?

Ik ben beginnen schrijven vanaf mijn negen jaar. Ik kon experimenteren met samenklanken op de muziekacademie, maar ook in de Steinerschool waar ik les volgde. Ik speelde toen ook al viool, dus de stukjes die ik daarvoor schreef kreeg ik meestal zelf wel gespeeld. Maar op den duur wil je wel eens voor andere instrumenten schrijven, of voor technisch meer onderlegde musici dan jezelf. Dan zit je vast als jonge snaak; pas vanaf achttien à negentien jaar kon ik meedoen aan wedstrijden, maar die hadden, zoals uitgelegd, dan weer een heel ander doel, terwijl je vooral nog wil experimenteren en ontdekken. Hoe vroeger echter de ervaring van een echte uitvoering plaats vindt, hoe sneller je daarvan kan leren, en hoe meer je daaraan hebt.

Op zaterdag 29 november creeërt HERMESensemble tenslotte een nieuw “Concerto voor viool en ensemble” in AMUZ, waar je volop aan bezig bent. Waarom de keuze voor een vioolconcerto?

Ik wilde al lang een vioolconcerto schrijven, ik ben ook zelf violist, en ben daardoor zeer vertrouwd met het genre. Het ligt dus opnieuw in de lijn van mijn persoonlijke geschiedenis: ik heb meer affiniteit met de viool dan met eender welk ander instrument.

Wat mogen we verwachten van het concerto? Waar zal het “over gaan”?

Qua vorm zijn veruit de meeste vioolconcerto’s enerzijds drieledig, en anderzijds gedacht vanuit de tegenstelling viool versus ensemble of orkest. Die traditionele structuren wil ik doorbreken en verruimen. Mijn concerto wordt één deel, waarbij de viool de compositie aanstuurt, alle muzikale elementen aanbrengt, en het ensemble als het ware door de compositie leidt. De dirigent fungeert eerder als een ritmisch coördinator, de soloviolist is de echte aanvoerder in dit werk, zoals het bijvoorbeeld in de barokke concerto’s gebeurde. Harmonisch bouw ik momenteel verder op wat ik in mijn orkestwerk “Tetrahedron” voor het eerst exploreerde: ik voel me nog steeds thuis in dezelfde harmonische constructie die gevisualiseerd wordt in een geometrische figuur.

 

Za. 4 oktober, 18.30u, “The Times they are a-changin’” (i.k.v. “Metamorfosen”)

Muziekcentrum AMUZ

HERMESensemble i.s.m. Explorations en De Veerman

Werk van jonge componisten, geselecteerd en begeleid door Bram Van Camp

 

Za. 29 november, 21.00u, “In Light of History”

Muziekcentrum AMUZ

HERMESensemble o.l.v. Marco Angius (It.)

Wereldcreatie van het “Concerto voor viool en ensemble” van Bram Van Camp (vioolsolo: Wibert Aerts)

 

www.bramvancamp.com

12:36 Gepost door Hermesensemble in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

22-04-08

De Klank van de Stilte & Bram Van Camp (composer in residence 2008)

In het voorjaar van 2008 verkent HERMESensemble samen met het bevlogen vocaal ensemble Capella di Voce de rol van de stilte in het actuele muziekrepertoire. De vier minuten en dertig seconden stilte van John Cage (1912-1992) is voor dit gegeven exemplarisch, maar het zou te gemakkelijk zijn om die “partituur”, de meest minimalistische partituur ooit, uit te voeren, de verrassing (of verbijstering zelfs tijdens de creatie) is intussen immers wel geminderd. Bovendien bracht  HERMESensemble in 2004 reeds een uitgebreide hommage aan Cage op het festival Ars Musica in deSingel. Toen ontstond er wel een frisse invalshoek, een nieuwe benadering van het stiltethema, dankzij het werk 273” van Bram Van Camp.De jonge Antwerpse toondichter, in 2008 componist in residentie van HERMESensemble, duidt dit werk zelf als volgt: In 4'33" (4 minuten en 33 seconden, tezamen 273 seconden) bracht John Cage een ode aan verschillende componisten. Het getal 273 werd immers door vele componisten gebruikt als structurele basis voor hun muziek. Béla Bartók gebruikte het getal voor het eerst op een bewuste manier, met name als product van de gulden snede (13 x 21) in zijn 'Sonate voor twee piano's en slagwerk', waar de reëxpositie van het eerste deel begint op de exacte gulden snede, na juistgeteld 273 maten. Of Cage zich hiervan bewust was, zullen we nooit weten. Uit zijn aantekeningen kunnen we enkel opmaken dat de componist gebruik maakte van tarotkaarten en de I Ching bij het componeren. Maar niets daarvan verklaart waarom het werk juist geteld 273 seconden moest duren. De I Ching had Cage trouwens verhuld dat de compositie uit een even aantal seconden moest bestaan. Waarom telt de Stilte dan 273 seconden en bijvoorbeeld geen 272? De gelijkenis met Bartók leek misschien nog niet zo ver gezocht. Volgens mij is het best mogelijk dat Cage enkele seconden heeft toegevoegd om op die manier zijn Stilte te linken aan composities uit het verleden. Deze gedachte werd dus het uitgangspunt van 273", waar ik op zoek ging naar de onderlinge verhoudingen volgens de gulden snede in de tijdspanne van 273 seconden. De Stilte van Cage beschouwde ik altijd als het meest abstracte muziekstuk ooit (door de niet-aanwezigheid van tonen), maar daarnaast is het mijns inziens ook het meest seriële en traditionele werk van Cage, net door de frappante aanwezigheid van het gulden snede-getal 273. Daarom heeft uitgerekend Cage's Stilte (4'33") me geïnspireerd om mijn meest berekende en seriële werk te schrijven (273"). De onderliggende structuur van mijn 273" refereert hierdoor niet enkel naar Cage maar ook naar andere componisten zoals Béla Bartók. De compositie is microtonaal (gebaseerd op kwarttonen in plaats van halve tonen) maar de onderliggende, seriële structuur is geen doel op zichzelf. Het systeem heeft enkel waarde als middel tot de essentie: het klinkend resultaat. Mijn 273" heeft dan ook weinig met stilte te maken. We horen mysterieuze, meditatieve harmonieën die evolueren in tijd (ritme) en ruimte (tessituur). Ik beschouw 273" als een belangrijke compositie in mijn evolutie van de laatste jaren. De vorm werd een symbiose van waar ik tot dan toe mee bezig was. De stijl en de microtonaliteit waren in mijn evolutieproces nieuw en zouden een grote invloed hebben op mijn Strijkkwartet (2004). De Oostenrijkse componist Peter Ablinger (°1959) benadert de thematiek heel anders, veeleer conceptueel. Sinds 1980 is hij bezig met een grootschalig onderzoek naar sonore zuiverheid -naar de klank van de stilte- door een experimentele cyclus in verschillende delen (versies) getiteld “Weiss/Weisslich” uit te werken. Er zijn inmiddels 36 versies verschenen, telkens minutieus aangepast aan specifieke uitvoeringsomstandigheden. De versie 5b werd speciaal voor een kerkruimte ontworpen (voor de Sint-Annekerk te Zeppernich), en leent zich daarom uitstekend voor uitvoeringen in barokke kerken zoals AMUZ en de Sint-QuintinusKathedraal van Hasselt. Morton Feldman (1926-1987), samen met vriend en collega John Cage de belangrijkste Amerikaanse minimalist, liet zich voor Rothko Chapel inspireren door de gelijknamige kapel in Texas. Hiervoor maakte de bevriende schilder Mark Rothko veertien schilderijen. Die inspirerende omgeving zette Feldman aan tot een prachtige compositie voor altviool, koor en ensemble. Rothko Chapel is een geestelijke, muzikale plaats waar geïnspireerde  mensen –gelovigen en ongelovigen– in gekleurde stilte samen kunnen mediteren. De compositie is een legendarisch muziekicoon van de vorige eeuw. Op 25 mei aanstaande vormt de Klank van de Stilte het slotconcert van de “Dag van de Hedendaagse Muziek” van het Festival van Vlaanderen Limburg (Basilica), in de Sint-Quintinuskathedraal te Hasselt. Van Camps 273 seconden worden dan niet gespeeld (wij kijken alvast uit naar de wereldcreatie van zijn vioolconcerto op 29 november 2008 in AMUZ), maar de gelegenheid wordt te baat genomen om nieuw werk te presenteren van nog een andere jonge Vlaamse muziekleeuw: Jelle Tassyns. Tassyns was eerder reeds verantwoordelijk voor de meesterlijk dynamische adaptaties van Pink Floyds “A Saucerful of Secrets” en “Atom Heart Mother”, in kader van de HERMESproductie “De Herontdekking van de Waanzin (Pink Floyd Project)” en op 25 mei gaat zijn cantate voor koor en ensemble “The Hollow Men” (naar poëzie van T.S. Eliot) in wereldcreatie. Hiervoor komt ook het fantastische koperensemble Belgian Brass  in the picture, dat op die avond ook nog nieuw werk van Jan Van der Roost zal presenteren. 

Ik kijk er naar uit u te ontmoeten op 25 mei, of op een andere muzikale gelegenheid. Hartelijk,

 

KEVIN 

16:08 Gepost door Hermesensemble in Muziek | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

22-01-08

Thomas Smetryns – Composer in residentie in 2007

HERMESensemble wil actief een aantal hedendaagse componisten en hun repertoire promoten waarvan het ensemble vindt dat er in België te weinig aandacht naar uit gaat. Daarom wordt elk jaar een aantal componisten “in residentie” genomen: hierbij worden zij centraal geplaatst op de concerten in de artistieke residentie Amuz.

 

In 2007 werd enerzijds aandacht besteed aan een aantal Belgische creaties van de Finse Kaija Saariaho, maar stond anderzijds Thomas Smetryns centraal. Hij heeft zich het voorbije jaar op de meest uiteenlopende manieren binnen HERMESensemble gemanifesteerd: als componist, als uitvoerder/instrumentist, als muzikaal assistent, en als programmator. Bijna heel de programmatie van het najaar werd door zijn residentie beïnvloed.

 

Op 20 oktober, 18.00u, was er “HERMES@venture”, een experimenteel concert in kader van het festival Music@venture van het Antwerpse Festival van Vlaanderen en Kunstcampus deSingel. Op de affiche de meest onwaarschijnlijke ontmoeting: HERMESensemble, vertegenwoordigd door toetsenist Geert Callaert, slagwerker Gaetan La Mela en Thomas Smetryns als gitarist/mandolinist/dj/zitherspeler, in ontmoeting met het Britse elektronicafenomeen Kaffe Matthews, met meestergambist Philippe Pierlot  en met videokunstenaar Kurt Ralske. Jean-Marc Sullon en Patrick Delges verzorgden de elektronica. Centraal in het programma stond de wereldcreatie van Smetryns’ “Extremely slowed-down 17th century Turkish melody with variations” voor ensemble en live-electronics. Het is een prachtig werk geworden, dat een bevreemdende combinatie van instrumenten en elektronica koppelde aan een melancholisch maar vriendelijke, droomachtige muzikale sfeer. Het werk werd onder ruime belangstelling gecreëerd, en vooral de unieke samenwerking tussen alle musici vraagt om meer van dat in de toekomst.

 

Op 18 november stond Smetryns’ “Terza Prattica” op het programma van de nieuwe zondagse kunstreeks ‘Muzen op Zondag’ van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Het concept van “Terza Prattica” wordt reeds sinds 2005 uitgevoerd en ontwikkeld, en vormt een synthese tussen een kamermuziekprogramma uit de zestiende eeuw en hedendaagse muziek. Smetryns is immers zelf luit- en theorbespeler, en koppelt vertolkingen van eerder onbekende tijdgenoten van Claudio Monteverdi (1567-1643) aan eigentijdse composities, gebaseerd op madrigaalstructuren van de genoemde oude Italiaanse meester van de vroege barok. Het resultaat is een even mooi als breekbaar concert voor piano/orgel (gespeeld door Heleen Van Haegenborgh), luit/theorbe/elektrische gitaar (Smetryns zelf), viola da gamba (Dirk Moelants) en mezzo (Els Van Laethem), dat wonderwel tot z’n recht kwam tussen de meesterwerken van Rubens, Van Dijck en Jordaens in het KMSKA.

 

Een week later vond in Amuz de wereldcreatie plaats van “An Environment”, een poging om te componeren met composities. Thomas Smetryns ontwierp voor dit project een tiental “Environments”. Deze werkstukjes worden gezien als gebeurtenissen in tijd en ruimte en worden gedurende de happening zorgvuldig met elkaar gecombineerd. Veel van deze composities overlappen en sommige stukken worden simultaan gespeeld. Sommige composities zijn helemaal uitgecomponeerd, andere zijn gestructureerde improvisaties. Steeds wordt echter rekening gehouden met het ruimtelijke aspect van klank. Er wordt niet enkel op het podium gemusiceerd maar de musici staan verspreid over de gehele ruimte opgesteld. De partituren staan ook niet altijd op pupiters, maar krijgen  soms een ruimtelijke dimensie doordat ze worden verwerkt in een lichtinstallatie. Dit alles allerminst als “gimmick”, integendeel: het is de bedoeling om op deze wijze enkele grenzen van de concertpraktijk af te tasten en er voor te zorgen dat  de muziek dichter op de huid van het publiek komt te zitten, dat de ruimte actief wordt ervaren, en dat de luisterervaring wordt geïntensifieerd. In “An Environment”  wordt de toehoorder ook met enkele minder voor de hand liggende speelwijzen geconfronteerd. Zo worden in “Piano Environment” grote ronde stenen gebruikt om de piano te bespelen of worden de snaren geprepareerd met wasknijpers om een bepaalde resonantie te verkrijgen; wordt in “Guitar Environment 2” een gitaar omgebouwd tot een instrument dat doet denken aan een koto – een Japans snaarinstrument – en speelt de fluitiste een tweestemmige “Flute Environment”.

 

Naast de “Environments” van Smetryns werden ook enkele door hem geselecteerde stukken in het programma opgenomen van componisten die hem persoonlijk aanspreken en inspireren,  en waar – in het geval van John Cage – het “happening”-idee bovendien schatplichtig aan is. Van Cage werd “Inlets” gespeeld, een stuk voor drie muzikanten die schelpen en dennenappels bespelen.  Van James Tenney werd “Maximusic” voor percussie gespeeld: dit is één van zijn “Postal Pieces (1965-1971)”, composities die telkens op een postkaart pasten en die hij speciaal maakte voor vrienden. “Maximusic” werd gecomponeerd voor de percussionist Max Neuhaus. Van Morton Feldman werd “Durations 2” gespeeld, een compositie voor cello en piano uit 1960 en verder waren er nog twee delen uit de adembenemende compositie “Matachin Dances” voor twee violen en ratel van Peter Garland en “Senales Olvidades” van Gordon Mumma voor fluit en piano.

 

De toeschouwers/toehoorders konden zelf hun parcours bepalen en mochten zich dus vrij door de ruimte bewegen, en voor het talrijke opgekomen publiek was “An Environment” een geestverruimende kennismaking met een klankwereld die ze niet hadden kunnen vermoeden.

 

Tot slot van dit beknopte residentieverslag nog even de eerste uitvoering van “Big in Japan” vermelden, een programma met oude en hedendaagse Japanse kamermuziek, op 13 december 2007 in Het Kanaal. Thomas Smetryns stelde dit programma voor HERMESensemble samen, een prachtig eindejaarsgeschenk na een druk maar klankrijk en succesvol residentiejaar. Het is een programma dat in 2008 en later zeker nog uitgevoerd en verder uitgebouwd zal worden.

 

Hartelijke groeten, en voor alle lezers: een zacht tweeduizendenacht gewenst.

 

KEVIN 

15:40 Gepost door Hermesensemble in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

08-10-07

“The Lodger” (Alfred Hitchcock 1927-Joby Talbot 1999): Paranoia als kunst

Donderdag aanstaande, 11 oktober, concerteert HERMESensemble om 20.00u in de Blauwe Zaal van deSingel. Op het programma opnieuw een antieke film voorzien van nieuwe muziek, een concept dat ondertussen een beetje het handelsmerk is geworden van het ensemble (cf. Ballet Mécanique, Fernand Léger & Man Ray/George Antheil, en La Chute de la Maison Usher, Jean Epstein/Ivan Fedele – elders ook besproken op deze blog).  

The Lodger: a story of the London Fog:
Alfred Hitchcock beschouwt deze langspeelfilm uit 1926-1927 als zijn eerste echte werk, met een verhaal “opdoemend uit de Londense mist”. Het scenario was gebaseerd op een gelijknamig boek uit 1912 van de hand van Marie Belloc Lowndes. Hitchcock raakte in haar werk geïnteresseerd na het zien van haar toneeladaptatie “Who is he?”, over de beruchte seriemoordenaar Jack the Ripper.

Protagonist was de destijds bekende acteur Ivor Novello (alias David Ivor Davies, tevens zanger en componist, 1893-1951). Hij vertolkte de rol van Jonathan Drew, een nieuwe kamerhuurder in het huis van Mr. en Mrs. Bunting. Wanneer er in de slecht verlichte straten van Londen een reeks brutale moorden plaats vinden, beginnen zijn huisgenoten hem te verdenken. De intrige is typisch voor Alfred Hitchcock: verregaande verdachtmaking van een individu door een groep gebaseerd op louter vermoedens. De film betekende het eerste commerciële succes van de legendarische regisseur, en trok volle zalen eind jaren ’20. 

Ook typisch voor Hitchcocks films is het gebruik van een “cameo appearance”, in “The Lodger” al na vijf minuten: we zien de regisseur als figurant achter een bureau in de redactieruimte van een krant, half met zijn rug naar de camera gedraaid. Wat later figureert hij opnieuw als lijk. In eerste instantie gebeurde dit uit zuivere noodzaak, omdat er te weinig figuranten beschikbaar waren voor de film. Later zou hij het gegeven “cameo” steeds weer gebruiken als een soort handelsmerk, in al zijn volgende films. Hitchcocks “The Lodger” wordt algemeen beschouwd als een pijler van de moderne cinematografie.

Joby Talbot over “The Lodger” (1999):
"Muziek componeren bij een film drieënzeventig jaar nadat hij gemaakt werd zorgde voor een interessante uitdaging. Je kan niet eenvoudigweg de verstreken tijd negeren, en doen alsof de film gisteren gemaakt werd, maar je kan hem ook niet behandelen als een stuk historische nostalgie, zeker niet wanneer de film in kwestie zo modern en vooruitstrevend is als “The Lodger”. Volgens mij is de taak van de soundtrack de film te helpen een gelijkaardige impact te hebben vandaag de dag, net als toen hij werd uitgebracht. Mijn vader was toen een tienjarige Londense jongen (hij was afkomstig van Holloway, niet ver van Gainsborough Studios waar “The Lodger” was opgenomen). Hij ging de film bekijken en was doodsbang en niet weinig van zijn stuk gebracht. Het doel van mijn muziek is dezelfde reacties uitlokken bij een hedendaags publiek. De film is erg lang (Hitchcock gaf zelf toe dat hij in die vroege jaren nog veel moest leren wat ‘knippen’ betreft), dus verdeelde ik de score in negen bewegingen, om het bevattelijker te maken. Thema’s komen regelmatig terug, soms gerelateerd aan personages –Daisy heeft zo een herkenbaar deuntje maar vaker aan de centrale ideeën in de film zelf: liefde, verdenking, menselijke zwakheid, en natuurlijk moord. De moorden, of specifieker hun krijsende slachtoffers, vormen cesuren in de film, en ik heb ervoor gekozen deze momenten stil te laten. De beelden zijn zo levendig dat de schreeuwen bijna hoorbaar worden. De cruciale laatste moord vormt hierop een uitzondering en is de muzikale climax van de film. We weten nu, uit Hitchcocks fascinerende gesprekken met François Truffaut en uit de remake van de film in 1932, dat zowel de regisseur als de hoofdacteur teleurgesteld waren met de afwikkeling van het verhaal in de film. Ik geloof dat ze mijn muzikale pogingen om het geforceerde ‘happy end’ om te buigen op prijs zouden hebben gesteld. The sleutels zitten in het allerlaatste shot voor diegenen wiens ogen scherp genoeg zijn om ze op te merken.  Tot slot zou ik eer willen bewijzen aan het werk verricht door Christopher Austin, die de muziek orkestreerde en arrangeerde, en onze oren vers hield door een opzienbarende variëteit aan klanken te laten ontstaan binnen een klein ensemble”.HERMESensemble en “The Lodger”:
De partituur is ontzettend virtuoos, van alle musici wordt het uiterste gevraagd, en meer… Zo dient klarinettist Peter Merckx ook de basklarinet én tenorsaxofoon te meester te zijn, wat zeer zwaar is, technisch, maar ook puur fysiek voor de lippen. Rémy Roux speelt zowel fagot als contrafagot, pianist Geert Callaert ook keyboards… En van alle musici wordt verwacht dat ze zich ontpoppen tot “suspens-percussionisten”. De moeilijkste opdracht ligt echter waarschijnlijk bij dirigent Koen Kessels, die anderhalf uur lang ononderbroken aan een “click-track” wordt gekoppeld, nodig voor een naadloze synchronisatie met de filmbeelden.  Technisch een huzarenstukje dus, maar vooral een originele, niet te missen voorstelling. Muzikale groeten, KEVIN 

15:40 Gepost door Hermesensemble in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

07-10-07

HERMESensemble concerteert in Venetië: een beknopt reisverslag

Eigenlijk hing er al een tijdje een concert in Venetië in de lucht, naar aanleiding van de Biënnale. Er waren verregaande gesprekken met de muziekprogrammator van deze editie, Giorgio Battistelli, om er in het voorjaar van 2007 een concert te organiseren rond “Graal Théâtre” van Kaija Saariaho, in de versie voor ensemble. Vioolvirtuoos Renaud Capuçon was –en blijft– geïnteresseerd om de solopartij te vertolken. Maar om organisatorische en budgettaire redenen werd het project voorlopig uitgesteld tot in 2009.

 

Het is dankzij de kunstminnende vereniging Inspiratum en de stad Venetië dat er toch nog een uitnodiging kwam. Op 28 september verzorgde HERMESensemble een dubbelconcert met Renaud Capuçon en Jérôme Ducros in het toverachtige Palazzo Fortuny, temidden van de tentoonstelling Artempo. Het vijftiende-eeuwse Palazzo werd in de negentiende en twintigste eeuw bewoond door de notoire fotograaf, schilder en kunstverzamelaar Mariano Fortuny, en fungeert vandaag de dag als een museum. Ter gelegenheid van de Biënnale, en naar aanleiding van de restauratie van het paleis door de Musei Civici Veneziani in samenwerking met Axel Vervoordt, werd een fabelachtige tentoonstelling gerealiseerd met als rode draad de relatie tussen tijd(-loosheid) en kunst. Een prachtige collectie oude en nieuwe voorwerpen en kunstwerken van onder andere Francis Bacon, Louise Bourgeois, Antonio Corradini, Berlinde De Bruyckere, Marlène Dumas, Jan Fabre, Lucio Fontana, Mariano Fortuny zelf, Anish Kapoor, Yves Klein, Pablo Picasso, Gunther Uecker, Kazuo Shiraga, Jan Van Eyck, Jef Verheyen, en Andy Warhol worden in een boeiende expo-compositie aan het publiek voorgesteld. De collectie is nog tot 6 november te bewonderen.  

 

Er prijkt ook werk van Alberto Burri (1915-1995). Deze contemporaine Italiaanse meester introduceerde afvalstoffen en gebruikte materialen in zijn schilderkunst, die vaak associaties oproept met de duistere kant van de menselijke beschaving. Voor HERMESensemble vormde dit de gelegenheid om een concertprogramma te ontwerpen rond Ommagio a Burri (1995), van de Italiaanse componist Salvatore Sciarrino (°1947). Sciarrino –geestelijke en muzikale erfgenaam van Luciano Berio (1925-2003)– is één van de bekendste en beste toondichters van dit moment, en de HERMESmusici bestuderen reeds een aantal jaar zijn oeuvre. Zo werd onder andere in 2003 zijn kameropera Infiniti Nero geproduceerd (in Het Kanaal in samenwerking met One-Off en Transparant), met mezzo Mireille Capelle in de hoofdrol van Suor Maddalena de’Pazzi. In Venetië concerteerden pianist Geert Callaert, fluitiste Karin Defleyt, percussionist Gaetan La Mela, violist Jo Vercruysse, en basklarinettist Wouter Aerts, die daarmee een beloftevol debuut maakte in het gezelschap. Sciarrino’s composities Hermes, Sonate no. 2, D’un Faun, Appendice a la Perfezione leidden een onaards klinkend Ommagio a Burri in, temidden van de doeken van meesterschilder zelf. Als kers op de taart van het concert vertolkten Renaud Capuçon en diens vaste pianobegeleider Jérôme Ducros een vurige Kreutzersonate van Ludwig van Beethoven.

 

Het was een ware eer en een onvergetelijke ervaring niet alleen om in het betoverende Venetië te kunnen concerteren, maar vooral om in een uniek kader als Palazzo Fortuny en de Artempo-expositie te mogen musiceren, voor een sterk geïnteresseerd en enthousiast publiek. Zo’n wervelende opening van het drukke najaar van 2007 had HERMESensemble zich nauwelijks durven voorstellen.

 Tot heel snel, hartelijk,KEVIN 

15:05 Gepost door Hermesensemble in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |